De stemvorktest, stap voor stap.
Wat is een stemvorktest?
In de geneeskunde is een stemvork een draagbare bron van een bekende trilling. De arts slaat hem aan, zet hem op een bot of houdt hem naast het oor en vraagt: hoor je het, waar, voel je het nog? De antwoorden wijzen erop waar een probleem zou kunnen zitten.
Er zijn twee hoofdgroepen. Gehoortests, vooral de proeven van Rinne en Weber, vergelijken hoe geluid het binnenoor bereikt: via de lucht en via de schedelbotten. Vibratiezintests controleren of de zenuwen van handen en voeten trillingen nog aan de hersenen doorgeven.
Deze pagina is algemene informatie, geen medisch advies. Merk je een verandering in je gehoor of een doof gevoel in je voeten, ga dan naar je huisarts, een KNO-arts of een audioloog.
Luchtgeleiding en beengeleiding
Geluid gaat normaal via de gehoorgang, het trommelvlies en de gehoorbeentjes van het middenoor naar het slakkenhuis. Dat heet luchtgeleiding. Een trillende stemvork die tegen de schedel wordt gedrukt, bereikt het slakkenhuis ook rechtstreeks via het bot, buiten het uitwendige oor en het middenoor om. Dat heet beengeleiding.
Is het uitwendige oor of het middenoor geblokkeerd, bijvoorbeeld door oorsmeer, vocht of een verstijfd gehoorbeentje, dan lijdt de luchtgeleiding terwijl de beengeleiding intact blijft. Dat heet geleidingsverlies. Zijn het slakkenhuis of de gehoorzenuw aangedaan, dan worden beide wegen zwakker. Dat heet perceptief of sensorineuraal gehoorverlies. Stemvorktests helpen de twee uit elkaar te houden.
De proef van Rinne
De proef van Rinne is genoemd naar de Duitse oorarts Heinrich Adolf Rinne (1819 tot 1868). Hij vergelijkt lucht- en beengeleiding, telkens in één oor.
- De arts slaat een stemvork aan, meestal van 512 Hz, op iets stevigs maar zachts, zoals een rubberen blokje of de elleboog.
- Het uiteinde van de steel wordt op het mastoïd gezet, de benige bult achter het oor. De patiënt zegt wanneer de toon wegvalt.
- Daarna worden de tanden een paar centimeter naast de gehoorgang gehouden. De patiënt zegt of de toon weer te horen is.
Bij een normaal oor is de luchtgeleiding langer hoorbaar dan de beengeleiding. Dat heet een positieve Rinne: positief betekent hier normaal. Wordt de beengeleiding even lang of langer gehoord dan de luchtgeleiding, dan heet de uitslag negatief en wijst die op een geleidingsprobleem in dat oor.
Bij perceptief verlies zijn beide wegen evenveel verminderd, dus het patroon lijkt normaal maar de toon verdwijnt eerder. Een bekende valkuil is een ernstig eenzijdig perceptief verlies: de stemvork op het mastoïd wordt dan via de schedel door het andere, gezonde slakkenhuis gehoord. Dat kan op geleidingsverlies lijken.
De proef van Weber
De proef van Weber is genoemd naar de Duitse arts Ernst Heinrich Weber (1795 tot 1878). De arts zet de steel van een trillende stemvork, meestal van 256 Hz of 512 Hz, op de middellijn: midden op het voorhoofd, boven op het hoofd of op de boventanden. De patiënt zegt waar de toon het luidst klinkt.
Bij normaal of gelijk gehoor aan beide kanten lijkt het geluid uit het midden te komen. Verschuift het naar één kant, dan lateraliseert de test, en wat dat betekent hangt af van het soort verlies.
| Bevinding | Proef van Weber | Proef van Rinne |
|---|---|---|
| Normaal gehoor | In het midden gehoord | Positief aan beide kanten |
| Geleidingsverlies, één oor | Luider in het aangedane oor | Negatief aan de aangedane kant |
| Perceptief verlies, één oor | Luider in het betere oor | Positief aan beide kanten |
Geen van beide tests wordt los gelezen. Weber laat zien welke kant afwijkt, Rinne helpt bepalen hoe. Een verlies dat aan beide kanten even groot is, kan een normaal ogende Weber geven.
Waarom 512 Hz voor gehoortests?
Voor gehoortests worden stemvorken van 256, 512 of 1024 Hz gebruikt, en 512 Hz is de meest gekozen. De British Society of Audiology noemt hem de voorkeursstemvork: zijn toon sterft niet te snel weg, hij geeft weinig boventonen en zijn trilling is niet snel voelbaar. Lagere stemvorken, zoals 128 Hz, trillen zo sterk dat de patiënt de trilling kan voelen in plaats van horen, en dat vertroebelt de uitslag.
De vibratiezin testen met een stemvork van 128 Hz
Bij neurologisch onderzoek test de stemvork niet het gehoor maar de tastzin. Een stemvork van 128 Hz wordt aangeslagen en met de steel op een benig punt gezet, waar het bot de trilling goed doorgeeft. De grote teen en de enkelknobbel zijn gebruikelijk; als de voeten een tekort laten zien, worden punten hoger op het been getest. De patiënt sluit de ogen en zegt wanneer het zoemen begint en wanneer het stopt.
De test wordt veel gebruikt om te screenen op polyneuropathie, bijvoorbeeld bij mensen met diabetes, bij wie een verminderde vibratiezin in de tenen een vroeg teken van zenuwschade kan zijn. De vibratiezin neemt met de leeftijd ook normaal af, dus de uitslag wordt beoordeeld in verhouding tot de leeftijd.
Voor een preciezere meting gebruiken veel klinieken de gegradeerde stemvork volgens Rydel-Seiffer. Dat is een stemvork van 128 Hz met afneembare klemmen op de tanden. Met de klemmen trilt hij op 64 Hz, en elke klem draagt een kleine schaal van 0 tot 8. Terwijl de trilling uitdooft, leest de arts de schaal af op het moment dat de patiënt niets meer voelt. Een Deense studie uit 2021, geleid vanuit het Universitair Ziekenhuis Odense, vond over een jaar stabiele herhaalde metingen, maar slechts een matige nauwkeurigheid om polyneuropathie op zichzelf vast te stellen.
Wat deze tests wel en niet vertellen
- Ze zijn snel en goedkoop: een stemvork en een minuut tijd.
- Het zijn screeningstests: ze geven maar een ruwe indicatie van het soort gehoorverlies en kunnen een licht geleidingsverlies missen. Toonaudiometrie blijft de standaard om het gehoor te meten, en voor neuropathie kunnen zenuwgeleidingsonderzoek of andere tests nodig zijn.
- De techniek telt: hoe hard je aanslaat, achtergrondgeluid en aandacht veranderen allemaal de uitslag.
- Ze behandelen niets: medische stemvorken zijn instrumenten voor onderzoek. Ze hebben niets te maken met de beweringen die over stemvorken in klanktherapie worden gedaan.
Cosmic Peace Council maakt een stemvork van 432 Hz die als ritueel object wordt gedragen. Het is geen medisch hulpmiddel en niet geschikt voor een van deze tests.
Vragen
Wat controleert een stemvorktest?
Hij controleert het gehoor, door lucht- en beengeleiding te vergelijken met de proeven van Rinne en Weber, of de vibratiezin van de zenuwen, meestal met een stemvork van 128 Hz op de tenen. Beide zijn screeningstests die verder onderzoek sturen.
Wat betekent een negatieve Rinne?
Een negatieve Rinne betekent dat de beengeleiding in dat oor even lang of langer werd gehoord dan de luchtgeleiding. Dat wijst op een geleidingsprobleem, maar een ernstig perceptief verlies kan een vals negatieve uitslag geven, dus audiometrie is nodig ter bevestiging.
Welke stemvork wordt gebruikt voor een gehoortest?
De meeste artsen gebruiken een stemvork van 512 Hz. Ook 256 Hz en 1024 Hz komen voor, terwijl stemvorken van 128 Hz vooral voor de vibratiezin worden gebruikt, omdat hun trilling goed voelbaar is.
Kan ik de proef van Rinne en Weber thuis doen?
Je kunt het principe uitproberen, maar een uitslag thuis is niet betrouwbaar. Aanslagkracht, achtergrondgeluid en plaatsing beïnvloeden hem allemaal. Merk je een verandering in je gehoor, ga dan naar je huisarts of een audioloog.
Waarom wordt de vibratiezin getest bij diabetes?
Diabetes kan de zenuwen in de voeten beschadigen, en een verminderde vibratiezin in de tenen kan een vroeg teken zijn. Een stemvork is een eenvoudige manier om daar bij routinecontroles op te screenen.
Bronnen
- Wikipedia: Rinne test
- British Society of Audiology: Recommended Procedure, Rinne and Weber tuning fork tests (2022)
- StatPearls (NCBI Bookshelf): Bone Conduction Evaluation
- Wittenberg B et al. Test-retest and time dependent variation and diagnostic values of vibratory sensation determined by biothesiometer and the Rydel-Seiffer tuning fork. Brain and Behavior, 2021 (PMC)